Succesrechten bij overlijden partner voor het huwelijk
Mensen die binnen zes maanden voor een voorgenomen
huwelijk hun aanstaande partner verliezen terwijl er nog geen testament is,
kunnen voortaan op een barmhartige behandeling rekenen bij de aanslag
successierecht.
De staatssecretaris heeft deze maatregel genomen naar aanleiding
van een treurig geval waarbij een man enkele maanden voor zijn huwelijk bij een
verkeersongeval om het leven kwam. Er was geen testament, zodat de broer en de
zus van de man alles erfden. Zij deden echter afstand van hun erfdeel en
schonken alles aan de achtergebleven partner, omdat ze zich daar moreel
verplicht toe voelden.
Normaal gesproken zou dat genereuze gebaar hebben geleid tot flinke
belastingheffingen: eerst een heffing voor broer en zus in tariefgroep II (26%
tot 53%) vanwege de nalatenschap van hun overleden broer. Vervolgens over de
schenking van het dan resterende bedrag aan de partner van de overleden broer
volgens tariefgroep III (41% tot 68%).
Dat vond de staatssecretaris wel erg hard. Hij besloot daarom
dat broer en zus geen successierecht hoefden te betalen en dat de heffing over
de schenking omlaag mocht. De ongetrouwde weduwe kreeg hetzelfde bedrag dat ze
geërfd zou hebben als ze wel getrouwd was geweest, met dit verschil dat de
vrijstelling voor echtgenoten in dit geval niet gold. Om die te kunnen
toepassen hadden de partners al vijf jaar een gemeenschappelijke huishouding
moeten voeren en dat was niet het geval.
Voor toekomstige gevallen geeft de staatsecretaris aan dat deze regeling
alleen geldt als er hooguit zes maanden liggen tussen overlijden en de
voorgenomen huwelijksdatum. De regeling geldt ook als het niet om een
voorgenomen huwelijk maar om een voorgenomen geregistreerd partnerschap gaat.style='font-size:10.0pt;font-family:Verdana'>
Deze kwestie bewijst maar weer eens dat samenwoners en
aanstaande echtgenoten er verstandig aan doen om een testament op te stellen.style='font-size:10.0pt;font-family:Verdana'>